Het Curriculum Vitae of het CV zoals we dat tegenwoordig noemen, wordt nog niet zo eens heel erg lang gebruikt bij het zoeken en/of vinden van een baan. Midden jaren tachtig kwamen de eerste CV’s in omloop bij sollicitatieprocedures en dan meestal alleen nog bij de wat ‘hogere’ functies, te beginnen met HBO-niveau en daarboven. Solliciteren gebeurde daarvoor uitsluitend nog op basis van een brief, een gesprek en eventueel gebruik makend van referenties. In de ‘Dikke van Dalen’, het groot Woordenboek der Nederlandse Taal, elfde editie uitgave 1984, komt het woord Curriculum Vitae en de afkorting CV ofwel cv met kleine letters nog niet eens voor! Alleen in het aanhangsel is het Latijnse woord Curriculum Vitae opgenomen met als vertaling: levensloop. Kortom: 25 jaar geleden gebruikte bijna niemand een CV. De enorme waarde die we er tegenwoordig aan toekennen is daarom op zijn minst opvallend te noemen! En natuurlijk is het nog lang niet uitgekristalliseerd.
De grootste oorzaak voor de hausse aan CV’s, want zo kun je het intussen wel noemen, is de opkomst van internet. Het werd steeds gemakkelijker om ‘een CV’ op internet te vinden en vervolgens werd het ook min of meer verplicht om bij je sollicitatiebrief een CV mee te sturen. Het voormalige CWI, het Centrum voor Werk en Inkomen, dat nog maar drie jaar geleden is opgegaan in UWV en vervolgens in UWV Werkbedrijf verplichtten vanaf de jaren negentig elke werkloze of werkzoekende een CV van zichzelf te maken. Terwijl feitelijk nog niemand écht wist hoe je dat moest doen.
Als iets snel en op grote schaal wordt geïmplementeerd in de samenleving is er bijna altijd sprake van wildgroei. Dat was er dus ook bij de ontwikkeling van CV’s. Omdat niemand eigenlijk wist hoe je een goed CV op moest stellen, kwamen er wat allereerste richtlijnen: het moest in ieder geval Persoonsgegevens bevatten, dus naam, adres, woonplaats. Telefoonnummer en heel bijzonder: ook je burgerlijke staat en het aantal kinderen, als je die had. Daarnaast was het handig om aan te geven welke Opleiding je had genoten en vervolgens hoe je Werkende leven zich had afgespeeld, dus welke banen je had gehad, bij welk bedrijf en van wanneer tot wanneer. In het begin moest een CV op dat punt helemaal sluitend zijn, als er een periode was van een week of een maand of zelfs langer waarin je officieel geen baan had, werd dat gezien als een probleem. We kennen dat nog steeds als het beruchte ‘Gat in je CV’.
In de loop van 25 jaar tijd zijn de CV’s behoorlijk aangepast. Van fancy CV’s met foto’s, filmpjes en ludieke lettertypes tot en met de strak zakelijke CV’s zoals ze op dit moment het meest worden gebruikt en toegepast. Koos iemand 15 jaar geleden nog voor een onderscheidende vorm en lay-out voor het CV, tegenwoordig gaat het toch vooral om de inhoud. Die inhoud bevat minimaal de vaste onderdelen als Persoonsgegevens, Opleiding en Werkervaring. Het geeft daarmee vooral kou-zakelijke informatie over iemand. En daarmee raken we eigenlijk de kern van de waarde van het CV.
Want als een CV alleen maar iets over het opleidingsniveau van iemand zegt en welke banen bij welke bedrijven of organisaties hij heeft gehad, wat zegt dat dan nog over iemand? Eigenlijk niets dus! En daarmee komen we tot de kern.
Terwijl juist ook in deze tijd steeds meer mensen solliciteren naar steeds minder banen is de druk om je te onderscheiden groot. Want hoe trek je de aandacht van een bedrijf of organisatie voor wat jij te bieden hebt? Een heikel punt bij de opkomst van CV’s is dat bijna alle werkgevers een eerste harde selectie maken op basis van een CV. Er wordt platweg gekeken naar leeftijd, opleidingsniveau en nog heel kort naar de laatste werkervaring. Daarmee word je als werkzoekende eigenlijk gereduceerd tot object, in plaats van dat je ‘gezien’ wordt als een mens van vlees en bloed die iets heel persoonlijks te bieden heeft, als subject dus. Daarmee is het CV tot een hard en bijna meedogenloos instrument verworden bij de selectie van sollicitanten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er sollicitanten zijn die hun CV niet eerlijk hebben opgesteld, om daarmee hun kans te vergroten. Dat blijft altijd onjuist en leidt vaak tot problemen. Het bekendste voorbeeld in Nederland is Charl Schwietert, die in 1982 als staatsecretaris was benoemd en ten onrechte de doctorandus titel droeg. Na drie dagen moest hij aftreden en was zijn staatssecretarisschap beëindigd. Eerlijk duurt altijd het langst, hoe verleidelijk de leugen ook soms kan zijn.
Onze Oosterburen doen het voor wat betreft de selectie van sollicitanten veel beter: Duitsers kijken nog steeds éérst naar de sollicitatiebrief. Daar móet de motivatie overduidelijk voelbaar zijn om bij dít bedrijf in déze functie te willen werken. Pas als dat overtuigend genoeg is wordt pas naar het CV gekeken.
Blijft staan dat een goed CV anno 2013 gewoon belangrijk is, of je het met die kille selectie eens bent of niet. Zorg er daarom voor dat het een goed opgebouwd en overzichtelijk CV is, waardoor de werkgever als het kan een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld krijgt. Kijk voor de inhoud en opbouw van het CV naar het onderwerp: ‘Wat hoort er wel en niet in een CV?’